verhalen voor onder je kussen

verhalen voor onder je kussen

‘Verhalen voor onder je kussen’ bevat zes verhalen en twee stripverhalen over liefde en seks en weerbaarheid. De verhalen uit dit boek zijn ook verfilmd – https://www.youtube.com/SenseNederland.

‘Verhalen voor onder je kussen’ is onderdeel van de campagne Maak Seks Lekker Duidelijk. Deze campagne loopt van 2010 tot 2015 en heeft als doel seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren te voorkomen. De campagne bestaat naast ‘Verhalen voor onder je kussen’ uit interactieve games (Can You Fix it).

Tijdens de les lezen jullie het boek ‘Verhalen voor onder je kussen’. Wil je thuis verder lezen dan kun je het boek downloaden op je iPad.

Werkafspraken tijdens de les:
  1. Iedereen luistert naar elkaar en laat elkaar uitpraten.
  2. Klasgenoten pesten elkaar niet met wat er in de les is gezegd, ook niet buiten de les.
  3. Lachen is prima, elkaar uitlachen niet.
  4. Iedereen is anders; denkt anders; voelt anders; verschillen worden gerespecteerd.
  5. Je bepaalt zelf wat je wel en niet vertelt.
  6. Persoonlijke vragen mogen worden gesteld, maar iedereen mag weigeren deze te beantwoorden.

Les 1 – Spannende trucs: analyse verschil film en geschreven fictie

In boeken en films worden allerlei trucs gebruikt om spanning op te wekken. In een film kunnen enge geluiden zitten, er wordt met muziek spanning opgewekt en het publiek kan plotseling een eng beeld te zien krijgen. Ook zijn er herkenbare elementen die ‘suspense’ geven, het voorgevoel dat er iets gaat gebeuren, zoals het klinken van naderende voetstappen, mensen die angstig kijken, stiltes, donkere steegjes… In een boek kun je dat soort visuele en auditieve elementen niet gebruiken, maar moet je werken met tekst. Hoe wekken de schrijvers van deze verhalen spanning op?
Spanning kan worden gecreëerd door:
  • Heel beeldend het gevoel te beschrijven dat de hoofdpersoon heeft.
  • Informatie achter te houden en die stukje bij beetje vrij te geven.
  • De lezer nieuwsgierig maken naar de afloop door hem te laten vooruitblikken in de toekomst.
  • De lezer meer laten weten dan een personage (het Jan Klaassen-syndroom) met centraal de vraag of het personage het gevaar tijdig zal ontdekken.
  • De lezer telkens net genoeg nieuwe informatie geven, zodat die zich steeds weer een andere afloop van het verhaal kan voorstellen.
  • Werken met cliffhangers. De schrijver breekt het verhaal op een cruciaal moment af door een nieuw hoofdstuk te beginnen en plotseling met een nieuwe of andere verhaallijn verder te gaan.
  • De lezer informatie geven die hij in feite niet nodig heeft en heb zo op het verkeerde been zetten.
Vragen:
  1. Wordt op dezelfde manier spanning gecreëerd?
  2. Zijn dialogen anders/ hetzelfde?
  3. Een regisseur maakt gebruik van andere technieken (close-up, camerastandpunt, muziek, mimiek). Op welke manier probeert de regisseur spanning te creëren?
  4. Is de opbouw/ volgorde hetzelfde?
  5. Welke gebeurtenis/ fragment sprak je in het verhaal het meest aan? Is dit fragment in de film net zo mooi/ aangrijpend/ spannend? Leg je antwoord uit.
  6. Is het einde hetzelfde?
  7. Waar komt de thematiek het beste tot uiting, in de film of in het verhaal? Licht je antwoord toe.